donderdag 28 februari 2013

Hoed u voor salontafels!

Salontafels. Ik heb er heel wat versleten in m'n leven. Dat ik dat nog kan navertellen is een wonder. Eén keer is zo'n tafeltje me namelijk bijna fataal geworden.


Voor de tafel die er nu staat, die met het lariks bovenblad (zie Vet tafeltje), stond er deze. Te laag en daardoor, maar ook om een andere reden, levensgevaarlijk. Het tafeltje meet 14,5 centimeter in de hoogte. Als ik m'n koffie wilde pakken, kukelde ik zowat voorover van de bank. Maar dat was niet het gevaarlijkste. In het geïmpregneerde hout dat ik voor de bovenkant gebruikt heb, zit cyaankali, heb ik me door de man van de bouwmarkt laten vertellen. Een klein beetje maar, net als in het bekendste Nederlandse biermerk het geval is, is me ook ooit verteld. Ik heb het gelukkig aan alle kanten netjes dichtgelakt, maar je moet er niet aan likken, dat is wel duidelijk.

Voor het cyaankalitafeltje stond er een tijdje geen tafel. Dat was omdat het kleed er net was neergelegd en Zorro van z'n ondergesneeuwde voetbalbeld moest genieten vanuit z'n skybox. (Het kleed is wit.) Je koffie kon je kwijt op een lage tafel opzij, naast de fauteuil en naast de bank, die in de vorm van een hoek staan opgesteld. Waarom die tafel daar staat, vertel ik straks.


Voor het kleed was er een Miele-wastrommel als salontafel. Op wielen. Met een los bovenblad, dat erop lag als een langspeelplaat op een pick-up. Dat kon door die pin die aan één kant van de trommel zit, waardoor ie in de wasmachine ronddraait. Het blad had ik zwembadblauw geverfd. Zo heette die kleur in die tijd. Het stond op het blik. Maar dat kan eigenlijk niet meer, die kleur. En sinds het kleed er is, rolt ie ook niet meer zo lekker, de Miele-tafel.


Van heel lang terug dateert dit exemplaar, uit Noordwijk, uit huis nummer 49 aan de Koningin Astrid-boulevard. Nu is dat huis een hotel. Destijds woonde er een tandarts, mevrouw J.J. Ameling. Van haar was deze tafel. Ze had ook een indrukwekkende boekenkast, die van boven tot onder gevuld was met alleen maar Penguin-pockets. De kast kleurde er helemaal oranje van. De eigenlijke villa, waaronder nummer 49 viel, besloeg twee panden. Ook nummer 48 hoorde erbij. De villa werd in opdracht van E.G. Walter door architect H.J. Jesse gebouwd tussen 1903 en 1907 als landhuis Marezate. Huis nummer 49 is later in opdracht van mevrouw Ameling ingericht door architect Jan Rietveld (1919-1986), met meubels van zijn vader, Gerrit Rietveld (1888-1964). De families Ameling en Rietveld kenden elkaar. Ik ben er één keer langs geweest; m'n schoonmoeder was daar tandartsassistente. Ik herinner me onder andere de keuken, helemaal van hout, met een multiplex aanrechtblad, en ik weet nog dat er in de hal een zigzagstoel stond. Het hotel dat er nu zit, hotel Edelman, heeft de twee huizen weer tot één geheel gesmeed, maar van het interieur is niets meer over. Ook de buitenkant is danig verminkt.

In de nacht van 5 op 6 augustus 2002 ging ik 's nachts m'n bed uit om te gaan plassen. Ik voelde me een beetje duizelig worden en toen ik in de woonkamer was, werd alles zwart voor m'n ogen. Ik werd weer wakker toen ik op de grond lag. Ik was met m'n rug op de hoekpunt van de salontafel van Rietveld terechtgekomen en kon me niet meer bewegen – een ongeluk zit in een klein hoekje. Met gillende sirenes werd ik naar het ziekenhuis afgevoerd. Ik weet nog dat het heel hard regende. Dat zag ik door het dak van de ziekenwagen. Wekenlang heb ik toen met een corset om gelopen. Ik had een rugwervel gebroken. Het gebroken stukje van de wervelschijf, de 'schenkel', was net niet naar binnen gedrukt. Was dat wel gebeurd, dan had mijn leven waarschijnlijk een heel andere wending genomen. Ik heb haar nog wel, die salontafel, maar ze doet nu dienst als een soort sidetable. Vanwege de doodsmak die ik toen gemaakt heb. Toch koester ik haar, vergevingsgezind als ik ben. Het is die tafel die tussen de fauteuil en de bank in staat. Ze is ook eigenlijk veel te groot. Dat hele woord salontafel is natuurlijk ook een achterlijk woord. Je stelt je er een salon bij voor – dat is iets van flinke afmetingen –, en die vind je maar weinig in de krappe Nederlandse huizen. Liever zou ik daarom spreken van een 'lage tafel'.

Jan C. Rietveld – Foto: Nederlands
Architectuurinstituut

dinsdag 26 februari 2013

Vet boekje


Martin Bril reed jarenlang in een gele Volvo 850 T5R. In die kleur de enige die er bestond. Hij reed ook nog een tijdje in een Volvo 240, maar die gele, daar was ie bekend door. Het was zijn kantoor op wielen. Volvo Cars Nederland vroeg de schrijver een boekje over het Zweedse merk te maken. Dat was ter gelegenheid van de jaarwisseling 2008-2009 en alleen voor klanten. Ik heb het althans nooit in de winkel zien liggen. Een jaar geleden ging ik er maar eens naar op zoek. Ik mailde de opdrachtgever van het boekje maar kreeg nul op rekest. Ik liet dat zo. Tot een week geleden, ik weet niet waarom, maar toen popte het weer op. Op internet zag ik dat het boekje zo langzamerhand de status van collectors item had verworven en er flinke prijzen voor werden gevraagd. Eens kijken wie het had uitgegeven... HannaBoek. Die gemaild. Nog drie archiefexemplaren. Die deden ze niet weg. Maar misschien had fotograaf en medesamensteller Werry Crone nog wel een exemplaar. Dat was zo. Ik wil niemand jaloers maken, maar het is een mooi boekje, met twintig van de mooiste verhalen, verluchtigd met nog mooiere foto's, in Kodak Color.

maandag 25 februari 2013

Vet tafeltje


Met een blad van lariks. Het mooiste hout wat er zo'n beetje te krijgen is in de bouwmarkt. Ik moest er dan wel drie keer naartoe, naar die bouwmarkt, maar dat was vanwege het onderstel dat niet lukte. Hout is weerbarstig. Ik wou het mooi doen, klassiek, met deuvels. Dat zijn houten pennen waarmee je pen-en-gatverbindingen maakt. Dan heb je geen schroeven nodig. Maar het ging allemaal mis. Twee onderstellen zijn er mee heen gegaan, voordat nummer drie er stond. Al het gereedschap had ik in huis, inclusief dat dingetje om het tegenoverliggende gat mee af te tekenen. Of tekenen? Aanprikken is het wat je doet. En daarna kun je dat tegenoverliggende gat boren. Maar als ik zo'n onderstel dan in elkaar gezet had, met pennen en lijm, en één keer al geschilderd ook, was het iedere keer toch weer scheef. Twee keer alles in de vuilnisbak gemikt.
En dan weer naar de bouwmarkt. Ik stel het bezoek aan zo'n hal altijd maar zo lang mogelijk uit. Als je er één keer geweest bent, bij de Gamma, de Praxis of de Karwei, moet je altijd nog minstens drie keer terug. In mijn geval zou dat dan, even goed tellen, vier keer per tafeltje geweest zijn. Zo erg was het gelukkig niet. Niet bij dit project. Want ik noem alleen maar even het uitzoeken van een geschikte plank voor het tafelblad. Daar kun je wel even mee zoet zijn. Lariks heeft een prachtige nerf, prachtige vlammen, kan ik beter zeggen, maar het 'bloedt' aan alle kanten, zoals dat heet. Het hout zit vol kwasten en overal hangen lange druppels hars. Dat is mooi voor een schutting maar niet voor een tafel. Na ongeveer een uur bij de lariks planken vertoefd te hebben, toen ik het rek al helemaal had leeggehaald en alle planken door m'n handen had laten gaan, nam ik de beslissing dat dit dan maar de plank moest worden waar ik de drie plankjes voor m'n tafelblad uit zou halen.
Iets dergelijks had ik ook al meegemaakt met de plankjes voor het onderstel. Dat je voor zo'n rek staat en dat dan net de planken van de afmeting die jij nodig hebt allemaal krom zijn of vol met kwasten zitten. En je hebt maar één plank nodig en twee meter daarvan is genoeg. Uit arren moede daal je af naar het rek eronder, met een langere versie van dezelfde plank. Ondertussen ben je weer een uur verder met uitzoeken en als het tegenzit ga je met een nog langere versie van die ene plank naar huis. Wat moet je met al dat hout?
Maar om nog even op m'n salontafeltje terug te komen. Ik heb nu voor een eenvoudiger model gekozen, met schroeven van binnenuit. Dat is wel gelukt. En die lariks planken, die heb ik ingesmeerd met bijenwas. Dan zie je de vlammen zo mooi.

zondag 24 februari 2013

Gaat goed


'O, wat heb ik het naar m'n zin!' zegt Zorro. 'We zijn gisteren naar de dokter geweest en die zei dat er weer haar op groeit.'
'Je wordt dan ook wel overladen met aandacht tegenwoordig. Dus vind je het gek dat er weer haar op groeit? Je bent compleet veranderd door dat voer en die feromonen die uit het stopcontact komen. De mensen kennen je niet meer terug. Je krijgt ze nu al zo ver dat ze uit je favoriete stoel opstaan als jij er per se in moet liggen. Ik weet wel hoe de farao's over je dachten vroeger, maar dan hoef je je nog niet zo te gedragen.'

zondag 10 februari 2013

De dag dat Maarten 't Hart voor m'n deur stond

Dat het boek in dezelfde tijd speelde als mijn eigen boek en over hetzelfde onderwerp ging, de visserij in de achttiende eeuw, hoorde ik pas later. Het was in de eerste plaats de titel van het boek, waardoor ik gebiologeerd raakte. En die mooie omslag.


Ik was al een tijdje op zoek naar Het psalmenoproer van Maarten 't Hart. Ik had er een paar jaar geleden een prachtige pocketuitgave van gezien, met een haring op de kaft, maar die had ik laten liggen. Nu was het boek uitverkocht, net als de andere edities, zonder zo'n haring op de kaft. Althans, dat had ik gezien op de website van boekhandel Van Stockum. Dan maar kijken of er nog ergens een verloren exemplaar in de schappen stond. Ik ging het rijtje boekwinkels in de Leidse Breestraat af en keek ook nog even in de naburige dorpen. Op een dag, we gingen toch naar Amsterdam, pakte ik ook nog wat winkels in de hoofdstad mee, inclusief de ruim gesorteerde afdeling van De Bijenkorf, maar nergens was het boek te bekennen. Ik begon het intussen ook een beetje te hopen, dat ik het niet zou vinden. Want bij De Slegte keurde ik de enkele tweedehandsexemplaren die er stonden, ook al zagen ze er nog pico bello uit, geen blik waardig.
Langzaam rijpte er namelijk een plan. Als ik Maarten 't Hart nou eens een exemplaar van mijn bomschuitboek zou sturen. En voorstelde dat te ruilen voor Het psalmenoproer. Dat zou ik in een begeleidend briefje zetten. Uiteraard zou ik mijn boek voor hem signeren.

De maandag van die week gingen boek en brief de deur uit. Nu werd het spannend. Hoe zou de schrijver hierop reageren? Het was in de loop van de week gaan sneeuwen en het vroor dat het kraakte. De zaterdag van die week ging ik om kwart voor elf de deur uit. Eigenlijk zou ik al om tien uur de deur zijn uitgegaan maar ik had dat besluit wat uitgesteld. Achteraf bezien een hele goede beslissing. Ik was nog niet buiten geweest die dag en toen ik op de fiets zat, merkte ik dat het behoorlijk glad was. Behoedzaam reed ik het enigszins oplopende fietspad op in de buurt van mijn huis. Het was zo glibberig dat ik nauwelijks durfde op te kijken. Toen ik het toch een keer probeerde – je moest toch af en toe eens kijken of er geen fietsers van de andere kant aankwamen –, zag ik plotsklaps langs het zanderige talud dat langs het fietspad liep een zwarte schim met een fiets aan de hand zich naar beneden spoeden. Als dat de grote schrijver niet was. Onder aan het talud stapte hij weer op zijn fiets en weg was hij. Ik draaide me razendsnel om om hem achterna te gaan. Dan ook maar van die helling af. Daar was het in ieder geval niet glad. Toen ik de hoek om kwam, zag ik dat hij zijn fiets al tegen de muur had gezet. Vervolgens haalde hij een dikke envelop uit zijn jas, vast met de bedoeling die in mijn brievenbus te doen. Maar zover kwam het niet. 'Meneer... uh... Maarten 't Hart,' riep ik uit de verte. Ja, hoe spreek je een schrijver aan? Zoals ie op zijn boeken vermeld staat? Niet veel later schudden wij elkaar vriendelijk de hand en overhandigde hij mij de envelop. Ik vroeg nog beleefd of hij het niet brutaal had gevonden, zo'n brief. Nee hoor, helemaal niet, het was juist een goed idee om het boek te ruilen. Dat stond ook in de begeleidende brief die bij het boek zat. Het boek waar ik al die tijd naar op zoek geweest was. Gesigneerd en wel. Het bijzondere was natuurlijk ook dat dit boek niet uit de winkel kwam maar uit het huis van Maarten 't Hart, die het helemaal was komen brengen, met dit weer, en dan kwam daar vooral nog bij die gelukkige samenloop van omstandigheden. Dit moest wel een grote dag zijn. We praatten nog wat, maar toen moest de schrijver er weer snel vandoor, op weg naar de zaterdagmarkt, in de stad.


zaterdag 2 februari 2013

Le chant des Sardinières – Wat ik mis (9)


Ik heb er eens kort wat van gehoord, van hoe ze zongen, de Sardinières. In Bretagne. Waar had ik dat eerder gehoord? Toen ik goed luisterde, wist ik het weer. Het kwam uit de haringschuren, als je door de Tramstraat liep. Van de boetzolders. Psalmen en gezangen. Gedragen. Met lange uithalen. Slepend. Wat voor vis je daarbij ving, gaf niet.

Wat ik hoorde staat op een cd die bij het filmpje hierboven hoort, van de met de in 2007 met de Prix Charles Cros bekroonde voorstelling van Marie-Aline Lagadic en Klervi Rivière.